Logo-concertzaal
Thomas Oltheten - foto Wierd
"Ik heb thuis inmiddels zo'n vijftien fagotten staan. Soms denk ik: ik moet ermee stoppen, maar elke keer komt er weer één bij. Als je je in de historie verdiept, kom je telkens andere instrumenten tegen. En dan denk je: hoe zou dat klinken?"

Thomas Oltheten, Apollo Ensemble

Hugo Ticciati had maar tien minuten nodig

Geschreven door Redactie in Artiesten, Hugo Ticciati, Interviews op 15 januari 2019

Beslissingen neem je vaak in een 'split second'. De Britse violist Hugo Ticciati kan erover meepraten. Slechts tien minuten had hij nodig om een van de meest radicale keuzes van zijn leven te maken. Na een les bij de Russische vioolpedagoge Nina Balabina liet hij Engeland voor wat het was en trok zich voor vier jaar bij deze Balabina terug in de stilte van de Zweedse bossen rondom Stockholm. Het leverde hem de geuzennaam 'Hugo de Kluizenaar' op. Ver weg van het hectische muziekleven ontwikkelde Hugo zich onder Balabina's hoede tot een van de meest spraakmakende violisten van zijn generatie.

Hugo Ticciati. Foto: Marco Borggreve

Door Jan-Willem van Ree

Foto: Marco Borggreve

Hugo Ticciati komt uit een begaafde familie. Zijn grootvader was componist, zus Susannah is een vooraanstaand theologe in Oxford en broer Robin is dirigent van het Deutsches Symphonie-Orchester in Berlijn. Al jong raakte Hugo onder de indruk van muziek. "Op mijn zesde hoorde ik voor het eerst een viool tijdens een live concert. Ik werd zo geraakt door de klank, dat ik mijn ouders vroeg of ik op vioolles mocht", vertelt Hugo. En zo gebeurde het.

Tussen droom en drama

Aanvankelijk had Hugo geen hoge aspiraties. "Tot mijn veertiende speelde ik vooral voor mijn plezier. Na mijn middelbare schooltijd aan de St. Paul's School studeerde ik eerst een tijdje muziekpsychologie en muziekesthetiek aan de universiteit van Cambridge." Zoals zo vaak kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Hij brak zijn studie af en vertrok naar Canada om daar viool te studeren. Maar wat een ultieme droom leek, liep uit op een drama. "Van het repeteren kreeg ik overal pijn. In mijn handen, in mijn nek en in mijn rug. Viool spelen werd onmogelijk..." Met het besef dat een potentiële vioolcarrière voorbij leek, keerde Hugo met hangende pootjes terug naar Cambridge. Als bij toeval liep hij daar vioolpedagoge Nina Balabina tegen het lijf. "Tijdens een les had ik direct in de gaten dat zij mij verder kon helpen." Met Balabina, die Hugo meenam naar Zweden, begon hij helemaal van voor af aan met viool spelen. "Vier jaar lang speelde ik bijna niets anders dan toonladders en etudes."

"Vier jaar lang speelde ik bijna niets anders dan toonladders en etudes."

Balans tussen lichaam en geest

Ook bij Balabina liep Hugo tegen grenzen aan. "Het begon goed, maar ik kreeg er niet uit wat ik wilde uitdrukken. Gelukkig leerde Balabina me hoe ik me moest ontspannen en één te worden met de viool." Maar er was nóg iets wat Hugo leerde en wat bepalend zou zijn voor zijn verdere carrière. "Ik moest niet alleen mijn lichaam zogezegd opnieuw opbouwen, maar ook mijn geest." Behalve excessief studeren - "met altijd een stopwatch in de buurt oefende ik tien uur op een dag" - las Hugo als een bezetene en ontdekte hij de wereld van de meditatie. "De ideeën van filosoof Henri Bergson, Gandhi en het oude Hindu-schrift Bhagavad Gita; ik absorbeerde het allemaal. Ook hield ik me intensief bezig met yoga en zen-meditatie. Wat het mij leerde is dat muziek zoveel werelden kan openen, zowel in de breedte als in de diepte."

Herbronning op de traditie

Ondanks Hugo's intellectuele benadering is hij wars van het idee een bepaalde boodschap met zijn muziek te willen uitdragen. "Het gaat me om de muziek zelf, die wil ik ontdekken. Er zijn zoveel verbanden tussen allerlei soorten muziek. Het één staat niet los van het ander. Het woord 'spiritualiteit' is inmiddels een leeg begrip geworden, ik heb het liever over 'herbronning' of 'herbezinning' op al die muziektradities en die met elkaar in verband brengen. Wat we kunnen leren van anderen, maar ook waarin we gelijk zijn."

Achttiende-eeuws rococo-theater

Inmiddels alweer negen jaar geleden kreeg Hugo de kans om zijn ideeën in de praktijk te brengen. "Ik werd gevraagd om in Zweden een muziekfestival te organiseren. Dat vond plaats in een oud achttiende-eeuws rococo-theater. Dat gebouw ademde historie. Ik was gefascineerd door de gedachte hoe ik muziek van nu zoals pop en geïmproviseerde muziek in verband kon brengen met die van de achttiende eeuw. Hoe ik twee werelden bij elkaar kon brengen. Ik wilde er geen muzikaal museum van maken. We leven tenslotte in het nu."

O/MODERNT

De musici met wie Hugo samenwerkte bracht hij samen onder de naam 'O/MODERNT', wat in het Zweeds zoveel betekent als 'niet modern'. "Wanneer je muziek van nu verbindt met oudere muziek worden begrippen als 'oud' en 'nieuw' betekenisloos, want waar eindigt het oude en begint het nieuwe?" In de jaren die volgden kwam Hugo met steeds originelere programma's op de proppen. "We verbonden Purcells opera Dido and Aeneas met de muziek uit de Harry Potter-films. In allebei spelen magie en een bovennatuurlijke wereld een grote rol. Of we combineerden de vioolconcerten van Vivaldi met muziek van rockbands als Metallica en Muse. De ritmische beweging (de motoriek) in die oude muziek is dezelfde als die van de rock. Over en weer kunnen klassieke musici en popmuzikanten veel van elkaar leren."

"Voor mij is Beethovens 'Heiliger Dankgesang' een van de meest verheven stukken ooit gecomponeerd."

Beethovens 'Heiliger Dankgesang'

Het programma in de Edesche Concertzaal is met zorg gekozen, al liggen de uitersten minder ver uit elkaar. Hugo Ticciati, zijn musici van O/MODERNT en pianiste Nino Gvetadze verbinden twee klassiekers uit de kamermuziek met elkaar: Beethovens Vijftiende Strijkkwartet met daarin het beroemde 'Heiliger Dankgesang' en het Eerste Pianokwartet van Johannes Brahms. Hugo vertelt: "Voor mij is Beethovens 'Heiliger Dankgesang' een van de meest verheven stukken ooit gecomponeerd. Beethoven schreef het op een moment dat hij qua gezondheid zeer slecht was, maar in de muziek ervaar je een helende kracht. Veel grote kunst gaat over het menselijk lijden. Bach schreef zijn Goldbergvariaties voor iemand die aan slapeloosheid leed en Schönberg componeerde zijn Strijktrio toen hij zelf ziek was."  

Nino Gvetadze

In Brahms' Eerste Pianokwartet maak je als luisteraar een ander soort reis, maar Hugo ziet wel overeenkomsten tussen beide stukken. "Net als Beethovens 'Heiliger Dankgesang' is Brahms' kwartet enorm levensbevestigend. Brahms was een twintiger toen hij het schreef en dat hoor je. De muziek borrelt en bruist van levenslust." Voor Brahms' Eerste Pianokwartet neemt Hugo de Georgische pianiste Nino Gvetadze mee. Ze spelen regelmatig samen. "We ontmoetten elkaar voor het eerst op een festival. Er was zoveel energie tussen ons, dat we besloten om vaker samen te werken." Over wat Hugo zo aanspreekt in het spel van Nino vertelt hij: "Ze is erg fijngevoelig en heeft ongelooflijk goede oren. Als geen ander kan Nino haar pianoklank volledig laten versmelten met die van strijkinstrumenten." In de Edesche Concertzaal zit dat wel goed. Als voormalig artist in residence kent Nino de Bösendorfer Imperial door en door. Toen maakte ze veel indruk met haar fijnzinnige pianospel. Samen met de O/MODERNT Soloists van Hugo Ticciati gebeurt dat op zaterdag 9 februari zeker opnieuw.

Reacties

Blijf op de hoogte!


Ontvang de nieuwsbrief


Contact

Edesche Concertzaal
Amsterdamseweg 9
6711 BE Ede
0318 - 200 214
info@edescheconcertzaal.nl

Logo Edesche Concertzaal wit