Logo-concertzaal
Thomas Oltheten - foto Wierd
"Ik heb thuis inmiddels zo'n vijftien fagotten staan. Soms denk ik: ik moet ermee stoppen, maar elke keer komt er weer één bij. Als je je in de historie verdiept, kom je telkens andere instrumenten tegen. En dan denk je: hoe zou dat klinken?"

Thomas Oltheten, Apollo Ensemble

Kees Jan de Koning: “Het programma moet in balans zijn, net als het leven zelf”

Geschreven door Redactie in Artiesten, Kees Jan de Koning, Vocaal Ensemble Quink, Interviews op 10 mei 2018

Kees Jan de Koning behoort tot de belangrijkste Nederlandse zangers, toch zul je hem zelden alleen op het podium zien staan. Meer plezier beleeft hij aan het zingen in kleinere groepen. Sterker nog, hij heeft er zelfs zijn professie van gemaakt en voelt zich thuis binnen gevierde ensembles als het Gesualdo Consort Amsterdam, het Huelgas Ensemble, Weser Renaissance en Vocaal Ensemble Quink.

Vocaal Ensemble Quink. Foto: Diederik Rooker

Door Jan-Willem van Ree

Foto: Diederik Rooker

Toch had het weinig gescheeld of we zouden Kees Jan vooral kennen als blokfluitist. Tijdens zijn studie aan het conservatorium gingen blokfluit spelen en zingen min of meer gelijk op. “Ik studeerde blokfluit, daarnaast zong ik ook in allerlei koren en kleinere groepen”, vertelt hij. Het was voormalig Dom-cantor Maarten Kooij die Kees Jan op het spoor van het zingen zette. “Hij zocht nog iemand voor zijn Domcantorij, die ook solo wat dingen kon doen. Via via had hij gehoord dat ik wel aardig kon zingen. Zo is het begonnen.”

Eerste liefde

Hoewel zingen nu zijn hoofdvak is, was de blokfluit Kees Jans eerste muzikale liefde. “Op mijn twaalfde wist ik al dat ik iets met blokfluit wilde doen. Het ging allemaal spelenderwijs en ik was er goed in.” Met een knipoog vervolgt hij: “In het Brabantse dorpje waar ik opgroeide waren weinig muzikale kinderen, dus dan val je al snel op.” Bovendien kwam Kees Jan uit een muzikale familie. “Mijn grootvader, een oom en een nicht zijn allemaal professioneel musicus geworden. Mijn vader was uit liefhebberij actief als kerkorganist en koordirigent. De appel viel dus niet ver van de boom.”

Frans Brüggen

Dat het met de blokfluit voorspoedig ging, heeft Kees Jan te danken aan een goede muziekdocent. Tegelijk waren de concerten die hij met zijn ouders bezocht, inspirerend. “Regelmatig gingen we naar optredens van blokfluitist Frans Brüggen. Ik weet nog hoe onder de indruk ik was van de fluitsonates van Händel. Die wilde ik ook spelen. Je kunt gerust zeggen dat Frans in die tijd een soort idool van me was,” glimlacht hij. Kees Jan werd klaargestoomd voor het conservatorium en behaalde in 1983 zijn diploma blokfluit aan het Utrechts Conservatorium. Hoe blij hij er ook mee was, al snel begon de vraag aan hem te knagen, hoe nu verder? “Toen ik was afgestudeerd, kwam ik erachter dat je met die blokfluit niet zoveel kon. Alleen uitzonderlijke talenten kunnen een plek op de internationale concertpodia bemachtigen, en zó goed was ik nu ook weer niet. Dan kom je vooral in het lesgeven terecht.”

Wonderlijke tijd

Tijdens zijn studie volgde Kees Jan het bijvak zang en zong hij in het conservatoriumkoor en in kleinere groepen. “Dat was vooral facultatief, maar ergens voelde ik dat er iets bij moest.” Via Maarten Kooij kwam Kees Jan in contact met diens zoon, bariton Peter Kooij. “Peter introduceerde me bij professionele ensembles zoals die van Philippe Herreweghe.” Kees Jan vervolgt: “Het was een wonderlijke tijd. Alles liep door elkaar, want ik gaf overal concerten, terwijl ik nog zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerde.” En het werd nog gekker. “Ik mocht aan hetzelfde conservatorium lesgeven nog voordat ik mijn eigen diploma op zak had.”

Tussen Amsterdam en Den Haag

Het lesgeven is er altijd in gebleven, al is het soms woekeren met de tijd. Het moment van dit interview, dat in de auto plaatsvindt tussen Amsterdam en Den Haag, is daarvoor typerend. “Vanmorgen repeteerde ik met Cappella Amsterdam voor een concert tijdens de Strijkkwartet Biënnale Amsterdam. Daar brengen we een nieuw stuk voor de bijzondere combinatie van strijkkwartet en koor. En straks geef ik les aan het conservatorium. Het is soms hectisch, maar ik hou erg van die afwisseling tussen zingen en lesgeven.”

Bouwwerk

Nog tijdens zijn zangstudie kwam Kees Jan bij Vocaal Ensemble Quink terecht. “Ik heb veel solo gezongen en met professionele koren en ensembles gewerkt, maar  al snel merkte ik dat mijn kracht in het vocale kwartet ligt.” Over wat hem daarin zo aanspreekt, vertelt hij: “Het kwartet is een soort tussenvorm tussen een solistisch bestaan en het zingen in een koor. Ik vergelijk het altijd met een bouwwerk. Je zingt in een groep, maar je bent tegelijk verantwoordelijk voor je eigen aandeel.”

Quink

Vocaal Ensemble Quink werd in 1978 door vijf studenten van het Amsterdams Conservatorium opgericht. Kees Jan van er toen nog niet bij, maar kent wel de verhalen over de begintijd uit de eerste hand. “Quink deed het direct erg goed. Ze zongen al direct op grote festivals en kregen snel naamsbekendheid. Ook maakten ze platen die goed werden ontvangen.” Bovendien werkte het jonge ensemble regelmatig samen met belangrijke Nederlandse componisten, onder wie Daan Manneke. Verschillende stukken, zoals zijn Pseaume 121 legde Quink vast op cd. Met gepaste trots vertelt Kees Jan: “Later schreef Manneke speciaal voor ons ensemble het stuk Canto III en studeerde het ook met ons in. Jarenlang hebben we het stuk op onze programma’s gehad.”

Unique selling point

Behalve nieuwe muziek, zingt Quink even makkelijk stukken uit de romantiek of uit de renaissance. “Ik denk dat dit ons unique selling point is,” peinst Kees Jan. “We doen zelden een volledig programma gewijd aan één stijlperiode. We hebben meer met de sandwichformule, waarbij stukken uit verschillende stijlperiodes naast elkaar staan en op een wonderlijke manier op elkaar reageren. We nemen het publiek echt mee op een tocht.”

‘Music, When Soft Voices Die’

Een muzikale ontdekkingstocht wordt het zeker op vrijdag 15 maart in de Edesche Concertzaal. Dit concert staat grotendeels in het teken van Engelse muziek uit de tijd van Queen Victoria. Het programma draagt de romantische titel Music, When Soft Voices Die. Kees Jan de Koning: “Dat is ook de titel van het eerste stuk op het programma, dan zitten de mensen direct in die sfeer!” Quink heeft een decennialange band met het Engelse repertoire mede vanwege de Amerikaanse tournee die het ensemble ieder jaar maakt. “Dertig jaar geleden maakten we al een cd met muziek van Finzi en Vaughan Williams. We zijn er nog steeds erg tevreden over, daarom wilden we nog meer met dat Engelse repertoire doen.”

Balans

Toch gaat het de zangers van Quink om meer dan de muziek alleen. “Het bijzondere aan de stukken die we zingen is dat het ook prachtige teksten zijn; hoogstaande gedichten op muziek gezet door de beste Engelse componisten,” vertelt Kees Jan enthousiast. “We nemen het publiek mee op een hartverwarmende tocht langs verloren liefdes en de zachte dood.” Maar geheel in stijl van Quink is er nog een andere kant. “Na de pauze brengen we lichter repertoire. Relativerende volksmuziek uit Engeland, Nederland en Israël, muziek met een knipoog. Het programma moet in balans zijn, net als het leven zelf!”

Reacties

Blijf op de hoogte!


Ontvang de nieuwsbrief


Contact

Edesche Concertzaal
Amsterdamseweg 9
6711 BE Ede
0318 - 200 214
info@edescheconcertzaal.nl

Logo Edesche Concertzaal wit