Logo concertzaal
Hayo Boerema

Als doorgewinterde improvisatoren voelen Eric Vloeimans en Hayo Boerema elkaar feilloos aan. "Waar we altijd op azen zijn die momenten, waarop een van ons geïnspireerd raakt en we afwijken van de vooraf gemaakte afspraken. Dat geeft een sfeer waarin alles wat er gebeurt spannend is!"

Late Scandinavische zomernachten van Nielsen en Stenhammar

Geschreven door Redactie in Pianoconcerten, Artiesten, Programmatoelichtingen, Ronald Brautigam op 14 september 2015

Wat Grieg is voor Noorwegen, is Carl Nielsen voor Denemarken. Samen met Niels W. Gade, één van zijn leraren, behoort hij tot de belangrijkste componisten van Denemarken. Hij is vooral bekend geworden door zijn zes symfonieën.

Wereldpianist Ronald Brautigam

Door Roland Aalbers

De Chaconne op. 32 is één van Nielsens meest gespeelde pianowerken. Het werk is geïnspireerd door de Chaconne voor vioolsolo van Bach. Nielsen kwam al vroeg in aanraking met de viool door zijn vader die schilder en amateurviolist was. Het bleef later zijn hoofdinstrument. Met de muziek van Bach was hij ook al vroeg vertrouwd. De componist Busoni, die de Chaconne van Bach zelf voor piano bewerkte, stuurde zijn versie van Bachs beroemde Das Wohltemperierte Klavier naar Nielsen.

Nielsen en de Chaconne

Een chaconne is een van oorsprong barokke dans in 3/4 maat, met meestal een basthema, waarop het hele stuk in variatie vorm wordt opgebouwd. In dit geval begint het stuk traditioneel met het basthema van acht maten, waarna een contrapunt (andere melodie tegen dezelfde baslijn) verschijnt in de rechterhand. Daarna volgen twintig variaties gebaseerd op die twee thema's. Het begin en sommige andere variaties verraden duidelijk de invloed van Bach, maar andere klinken weer zeer romantisch en kleurrijk. Zo ontstaat een afwisselend werk met een climax in de zestiende en zeventiende variatie, waarna het stuk weer ontspant naar het einde.

Wihelm Stenhammar

Nielsen was ook werkzaam als dirigent en in 1918, twee jaar na het ontstaan van zijn Chaconne, werd hij uitgenodigd door Wilhelm Stenhammar om hem te vervangen in Göteborg waar Stenhammar het Göteborgs Symphonie Orkest dirigeerde. Nielsen kwam regelmatig bij het orkest terug en dirigeerde er veel eigen werk. Ook Bruckner werd door Stenhammar uitgenodigd en de invloed van hem en andere Duitse componisten zoals Wagner en Liszt zijn duidelijk te horen in zijn eerste werken. Pas na 1900 krijgt hij, mede door invloed van zijn vriend Nielsen een meer eigen stijl. Eén van zijn laatste werken is de Late zomeravonden op. 33. De invloed van Brahms, van wie Stenhammar onder andere de pianoconcerten zelf uitvoerde, is hoorbaar. Ook de structuur is duidelijk romantisch. Maar dat neemt niet weg dat het sfeervolle afwisselende muziek is, die zich beweegt tussen 'Tranquillo en soave', rustig en mild, en 'Presto agitato', zeer snel en opgewonden.

Beethovens Pastorale  

E. T. A. Hoffmann, auteur en musicus schreef in 1810 een artikel over de instrumentale muziek van Beethoven. Hij vond dat Beethoven bij uitstek een 'romantische' componist was, vanwege zijn krachtige expressieve, emotionele instrumentale muziek. Als voorbeeld noemde hij de beroemde Vijfde Symfonie. Een paar jaar voor het ontstaan van die symfonie, in 1801, schreef Beethoven zijn Pianosonate nr. 15, later bekend geworden als de Sonate Pastorale. Niet te verwarren met de Zesde Symfonie, ook 'Pastorale' genaamd. Deze sonate heeft zijn naam, die door een uitgever werd bedacht, te danken aan zijn serene herderlijke sfeer. Wat overigens niet te horen is in het werk, is dat Beethoven zich in deze tijd steeds bewuster werd van zijn toenemende doofheid, zoals we kunnen lezen in de brieven die hij aan zijn vrienden schreef.

Schumanns introverte en extraverte kant

E. T. A. Hoffmann is ook de inspirator voor de Fantasiestücke op. 12 van Schumann. De naam is ontleend aan de verhalenbundel Fantasiestücke in Callots Manier. Hoffmann probeert zijn stukken te schrijven zoals de Frans beeldend kunstenaar, Callot zijn tekeningen maakte. Ook Schumann schildert zo stemmingen en sferen in de acht afzonderlijke stukken. Dromerige en verstilde stukken, zoals het eerste en derde, illustreren de introverte kant van Schumann, terwijl het tweede en zevende stuk zijn hartstochtelijke extraverte kant laten horen. Dit doet ook weer denken aan de contrastrijke stukken van Stenhammar. 

Geniet van Ronald Brautigam en bestel tickets voor dit Scandinavisch getinte programma. 



Reacties

Blijf op de hoogte!


Ontvang de nieuwsbrief


Contact

Edesche Concertzaal
Amsterdamseweg 9
6711 BE Ede
0318 - 200 214
info@edescheconcertzaal.nl

Logo Edesche Concertzaal wit