Logo-concertzaal
Arno Piters

"Ik studeerde me te pletter, omdat je toch die erkenning wilt"

Arno Piters, klarinettist Koninklijk Concertgebouworkest

Pianotrio’s van Beethoven, Schubert & Keuris

Geschreven door in Artiesten, Hannes Minnaar, Maria Milstein, Gideon den Herder, Van Baerle Trio, Programmatoelichtingen op 3 januari 2019

Op zaterdag 19 januari 2019 zet het Van Baerle Trio de tanden in Beethoven. Het trio, waar Maria Milstein deel van uitmaakt, krijgt voor hun cd’s met Beethovens complete pianotrio’s lovende recensies. De Volkskrant schrijft: "Charmant en altijd uitstekend in balans. Het trio is op zijn best wanneer de noten vragen om een melancholische toets." Ook in de heerlijk romantische pianotrio’s van Franz Schubert en Tristan Keuris waait een weemoedige wind.

Van Baerle Trio - foto Marco Borggreve

door Jan-Willem van Ree

Beethoven - Pianotrio op. 70, nr. 1, 'Geistertrio'

Veertien jaar had Beethoven niets met het pianotrio gedaan, toen hij in 1808 weer naar het genre terugkeerde. In de tussenliggende periode had Beethovens ontwikkeling als componist een enorme vlucht genomen. Stond zijn eerste set pianotrio's, op. 1 nog in de traditie van Haydn en Mozart, met zijn Vijfde Pianotrio, op. 70, nr. 1 had Beethoven onmiskenbaar zijn stem als componist gevonden. Beethoven schreef het vlak nadat hij zijn beroemde Vijfde en Zesde Symfonie had voltooid. Om verschillende redenen is Beethovens Vijfde Pianotrio, op. 70, nr. 1 een bijzonder stuk. Zo mist het, anders dan de overige elf pianotrio's, een 'Menuet' of 'Scherzo'. Daarmee heeft het stuk de vorm van een groots opgezet drieluik. Twee qua sfeer uitbundige hoekdelen omsluiten een van meest opmerkelijke langzame delen die Beethoven componeerde. Hieraan dankt het werk ook zijn bijnaam: 'Geistertrio' (Spooktrio). Beethovens leerling Carl Czerny merkte ruim na de dood van de componist op dat het 'Largo assai ed espressivo' veel wegheeft van "een verschijning uit de onderwereld". Die spookachtige associatie heeft veel te maken met de bijzondere klankkleuren die Beethoven uit de strijkers tevoorschijn tovert, gecombineerd met onheilspellende akkoorden en griezelige trillers in de piano. Czerny zat er met zijn opmerking overigens niet ver naast, want Beethoven was mogelijk juist op zoek naar die spookachtige klank. Uit schetsen weten we dat de componist in dezelfde tijd ook werkte aan een opera over Macbeth. Op dezelfde pagina van dit 'Largo' maakte Beethoven aantekeningen voor het 'Heksenkoor' uit die overigens nooit gerealiseerde opera Macbeth.

Keuris - Pianotrio

Tristan Keuris is sinds zijn definitieve doorbraak als componist altijd een buitenbeentje gebleven in het Nederlandse muziekleven. “Ik behoor niet tot een groep, en ook niet tot een generatie”, zei hij eens. Al vroeg begon hij te componeren volgens de toen geldende principes van het serialisme (het componeren door middel van toonreeksen), maar al snel wierp hij dit grauwe juk van zich af. Niet Schönberg, Stockhausen of Boulez waren zijn idolen, maar Tsjaikovski, Mahler en Stravinski. Achter Keuris’ muziek vinden we dan ook een componist die, zoals hij zelf zei, “een verhaal wil vertellen”. Dit verhaal vertelt Keuris aan de hand van veelal traditionele genres zoals het pianotrio. “Ik probeer het publiek vanaf het eerste moment in mijn greep te krijgen [...] Mijn doel is het publiek te laten luisteren alsof het een spannende wedstrijd volgt”, vertelt Keuris over zijn compositie. Het Pianotrio uit 1984 valt met een krachtig akkoord direct met de deur in huis. In de eerste minuut van het stuk hoor je hoe Keuris dit akkoord steeds anders benaderd, hoe hij het als een prisma tegen het licht houdt en er steeds andere kleuren in ontwaart. Deze werkwijze vormt het model voor de rest van de compositie dat zich als een gevarieerde brugvorm aan de luisteraar ontvouwt. "Vooral het einde is bloedstollend", vertelt violiste Maria Milstein. "Het heeft iets van klokgelui dat steeds in kracht toeneemt. Het stuk eindigt in een reusachtige klank."

Schubert - Pianotrio nr. 1, op. 99

Het is een intrigerende vraag wat er van Schubert zou zijn geworden als hij langer had geleefd. Schubert was bij leven vooral bekend als liederencomponist. Naar verluidt sprak Beethoven de historische woorden "waarlijk, in Schubert leeft een goddelijke vonk", nadat hij een bundel met liederen had doorgebladerd. In zijn laatste twee levensjaren kreeg Schubert steeds meer interesse in groots opgezette pianosonates en kamermuziek. In die periode componeerde hij niet minder dan drie pianosonates, een strijkkwintet en twee pianotrio's.

Het Eerste Pianotrio (1828) is met een duur van veertig minuten een lang stuk voor kamermuziekbegrippen, maar de rijkdom aan muzikale ideeën is dan ook onuitputtelijk, net als Schuberts ongebreidelde variatiekunst. Voortdurend keren melodieën terug in andere toonsoorten of voorzien van andere begeleidingsfiguren. Het groots opgezette openingsdeel, opgebouwd uit twee contrasterende thema's, is daarvan een schoolvoorbeeld. Het 'Andante' herbergt een van Schuberts meest zangerige melodieën, hier met een hoofdrol voor de cello. In het 'Scherzo' worden Beethoven-achtige muzikale grapjes afgewisseld met een luchtige 'Ländler'. De dansende finale is met 654(!) maten het 'pièce de résistance' van het Eerste Pianotrio. Toch is de liedcomponist Schubert niet ver weg. Het hoofdthema baseerde Schubert op zijn lied Skolie, D 306, met de begintekst "Laßt im Morgenstrahl des May'n / Uns der Blume Leben freun." Een keuze die wellicht door de omstandigheden werd ingegeven. Schubert componeerde zijn Eerste Pianotrio ter gelegenheid van de verloving van zijn vriend Josef von Spaun en werd uitgevoerd tijdens een van de vele 'Schubertiades (informele concerten van Schubert en zijn vrienden) bij de aanstaande bruidegom thuis. Het zou de laatste Schubertiade zijn. Tien maanden later overleed Schubert, 31 jaar oud.

Reacties

Blijf op de hoogte!


Ontvang de nieuwsbrief


Contact

Edesche Concertzaal
Amsterdamseweg 9
6711 BE Ede
0318 - 200 214
info@edescheconcertzaal.nl

Logo Edesche Concertzaal wit