Logo concertzaal
Anastasia_Kobekina_(Julia_Altukhova)_Geschreven Pers (1)

Anastasia Kobekina: "Ik houd van die salonachtige atmosfeer uit de negentiende eeuw, toen vrienden weer andere vrienden meebrachten en 's avonds samen in een kleine ruimte van muziek genoten. De Edesche Concertzaal biedt die atmosfeer. Je kunt er muziek delen en mensen ontmoeten.”


Verdieping - Slavische strijkkwartetten van Beethoven en Dvorák

Geschreven door Redactie in Edesche Concertzaal Actueel, Artiesten, Zemlinsky Quartet, Programmatoelichtingen op 29 september 2021
Zemlinsky-Quartet(Foto: Ilona-Sochorová)

Door Jan-Willem van Ree

Foto: Ilona Sochorova

Dvorák - Cipressen, B.153

Er zijn van die stukken die aanvankelijk in de bureaula verdwijnen, maar waar een componist later toch weer op terugkomt. Dvoráks compositie Cipressen is zo'n stuk. Als begin twintiger was Dvorák hopeloos verliefd op de actrice Josefina Cermakova, die hij pianoles gaf. In dezelfde tijd las hij de bundel Cipressen van de Tsjechische dichter Gustav Pfleger-Moravsky. Dvorák herkende veel van zijn gevoelens in deze gedichten. Achttien gedichten zette hij op muziek. Deze stukken behoren tot zijn vroegste composities. Helaas ging Cermakova niet in op Dvoráks avances en zo belandden de liederen onuitgevoerd in zijn bureaula. Toch bleef Dvorak regelmatig uit de liederen putten voor andere composities. Fragmenten doken op in onder meer de pianocyclus Silhouetten en de opera Rusalka. In 1887 greep hij nog grondiger terug op Cipressen en maakte hij van twaalf liederen een fantasievolle bewerking voor strijkkwartet. In deze instrumentale vorm klinken Dvoráks liefdesliederen regelmatig op het concertpodium. Overigens was hiermee de affaire Cermakova niet helemaal afgerond. Na het debacle met Josefina werd Dvorák opnieuw verliefd, nu op haar jongere zus Anna. Deze liefde werd wel beantwoord. In 1873 trouwde Dvorák met Anna met wie hij tot aan zijn dood zijn leven deelde.

Dvorák - Strijkkwartet op. 51, 'Slavisch'

Eind jaren zeventig van de negentiende eeuw maakte Dvorák met zijn Slavische Dansen naam. De stukken sloegen in als een bom en Dvorák was op slag een van de bekendste Tsjechische componisten. Violist Jean Becker van het Florentijns Strijkkwartet wilde op het succes meeliften en bestelde bij de componist een strijkkwartet, op voorwaarde dat het op-en-top Slavisch zou zijn. Hij ging aan het werk, maar kon zijn compositie wegens andere opdrachten slechts ternauwernood afmaken. Ondanks de haastklus leverde Dvorák met dit strijkkwartet een van zijn origineelste en meest kenmerkende kamermuziekwerken af. Iedere maat ademt zogezegd de Tsjechische muzikale folklore. Het duidelijkst is dat hoorbaar in het tweede deel, dat Dvorák de titel 'Dumka' meegaf. Daarmee verwees de componist naar het gelijknamige volksliedgenre dat in de Slavische muziektraditie voorkomt. Ook in het laatste deel komt de Tsjechische folklore dicht aan de oppervlakte. Dvorák goot het in de vorm van een skocna, een levendige Tsjechische volksdans die hij ook voor de Slavische Dansen gebruikte. 

Beethoven - Strijkkwartet op. 59, nr. 3 'Rasumovsky'

In 1806 bestelde diplomaat Andrei Kirillowitsch Rasumovsky drie strijkkwartetten bij Beethoven. Rasumovsky was een vurig bewonderaar van Beethoven en wilde hem op deze manier financieel steunen. Ongetwijfeld zal hij zijn wenkbrauwen hebben gefronst toen hij Beethovens strijkkwartetten voor het eerst hoorde, want met deze stukken betrad Beethoven nieuwe grond. Anders dan met de eerdere reeks van zes strijkkwartetten, op. 18 ging Beethoven andere wegen dan Haydn en Mozart hadden gedaan. Met de duur van ruim een half uur duurden Beethovens kwartetten veel langer dan die van zijn voorgangers. Ook uitvoeringstechnisch gaan deze kwartetten verder. Dit was geen muziek meer voor gemoedelijk musicerende vrienden. Deze stukken vereisten een professioneel strijkkwartet. Het Schuppanzigh Quartett (een van de eerste professionele strijkkwartetten ooit) speelde de eerste uitvoering in het Weense paleis van Rasumovsky. 

Ook muzikaal vraagt Beethoven meer van zijn publiek. Direct aan het begin van dit derde Rasumovsky-kwartet gooit Beethoven je als luisteraar in het diepe. De langzame inleiding klinkt als een muzikaal labyrint waarin je tot aan de introductie van de hoofdmelodie weinig houvast hebt. Een andere vernieuwing is het slotdeel van het kwartet. De doorgaans lichtvoetige finale heeft hier plaatsgemaakt voor een complexe fuga, waarmee Beethoven niet zijn leermeester Haydn, maar eerder Bach in het zonnetje zet. Het tweede deel van het kwartet viel bij Rasumovsky wellicht het meest in de smaak. Om zijn opdrachtgever te plezieren gaf Beethoven de muziek een mysterieus Russisch tintje mee. Nog altijd zijn de geleerden het er niet over eens of Beethoven hier slechts de Russische stijl imiteert, of dat hij er toch een toen bekend volksliedje in verwerkte. 

Reacties

Blijf op de hoogte!


Ontvang de nieuwsbrief


Contact

Edesche Concertzaal
Amsterdamseweg 9
6711 BE Ede
0318 - 200 214
info@edescheconcertzaal.nl

Logo Edesche Concertzaal wit