Logo-concertzaal
Petr Jiříkovský - foto Srnec Productions
"Het Derde Pianotrio is het meest persoonlijke pianotrio van Martinů. Alles wat zijn stijl uniek maakt, zit erin: van de Franse muziek uit zijn studiejaren in Parijs, tot de Amerikaanse jazz uit de tijd dat hij in ballingschap in de Verenigde Staten woonde."

Petr Jiříkovský, Trio Martinů

Vioolsonates Beethoven en Bartók, 24 Preludes Sjostakovitsj

Geschreven door in Artiesten, Liza Ferschtman, Roman Rabinovich, Programmatoelichtingen op 3 januari 2019

Als er één ding is waar Beethoven en Bartók geen rekening mee hielden, dan waren het de conventies van hun tijd. Beethoven lapte de verwachtingen van zijn publiek graag aan zijn laars. Waar de toenmalige luisteraars vooral gewend waren aan onderhoudende wijsjes, gaat het er in Beethovens 'Derde Vioolsonate' heel anders aan toe. Grillige contrasten en tegendraadse ritmes geven dit meesterwerk zijn karakteristieke glans. Robert Schumann moet dat ook hebben ingezien toen hij dit stuk in 1836 een hemelse "zonnebloem" noemde. En Bartók doet er met zijn 'Eerste Vioolsonate' zo mogelijk nog een schepje bovenop. Zijn bij Beethoven viool en piano min of meer gelijkwaardige partners, bij Bartók lijken de musici ieder hun eigen weg te gaan, zoals in de opzwepende dansfinale waarin Hongaarse en Roemeense volksmuziek om de voorrang strijden.

Liza Ferschtman - foto Marco Borggreve

Door Jan-Willem van Ree

Beethoven - Vioolsonate op. 12, nr. 3

Wat we tegenwoordig een 'vioolsonate' noemen, kende de jonge Beethoven vooral als een stuk voor piano met viool, bedoeld voor geoefende muziekliefhebbers. De piano had de hoofdrol; de viool speelde slechts een bijrol met af en toe een solopassage.

Beethoven gooide dit principe in zijn eerste reeks vioolsonates gelijk overboord. Niks bijrol voor de viool; in zijn Derde Vioolsonate treden piano en viool als gelijkwaardige partners voor het voetlicht. Tijdgenoten moeten vertwijfeld achter hun oren hebben gekrabd, want dit was geen muziek meer voor amateurs. Beethoven maakte van de vioolsonate een serieuze aangelegenheid. Luister maar naar het uiterst expressieve langzame middendeel, het emotionele centrum van de stuk. In de uitbundige finale zijn beide instrumenten elkaars rivalen, waarbij dan weer de een, dan weer de ander even in de spotlights staat.

Bartók - Vioolsonate no. 1

Wat Beethoven in zijn Derde Vioolsonate in gang had gezet, trok Béla Bartók in zijn eigen twee vioolsonates tot het uiterste door. Als er één ding in Bartóks Eerste Vioolsonate opvalt, dan is het dat viool en piano elk een wereld op zichzelf vormen. Nergens nemen de instrumenten motieven of melodieën van elkaar over. Waarin piano en viool elkaar wél vinden is het ritme, want Bartóks Eerste Vioolsonate is voor alles een ritmisch stuk.

Deze twee snelle hoekdelen worden prachtig in balans gehouden door het langzame middendeel vol angstaanjagende schoonheid, beginnend met een serene vioolsolo. Het slotdeel is een echte dansfinale waarin viool en piano elkaar steeds verder opzwepen tot een onstuimige climax. Bartók schreef zijn Eerste Vioolsonate voor de in Engeland woonachtige Hongaarse violiste Jelly Arányi, met wie Bartók in 1922 in Londen een van de eerste uitvoeringen speelde.

Liza Ferschtman - foto Marco Borggreve

Sjostakovitsj - 24 Preludes, op. 34 (sel.)

Ook Sjostakovitsj schreef zijn 24 Preludes, op. 34 voor eigen gebruik. Het was het eerste stuk waarmee Sjostakovitsj het concertpodium betrad na zijn geflopte deelname aan het eerste Chopin Concours in Warschau in 1927. In zijn 24 Preludes hanteert Sjostakovitsj dezelfde werkwijze als Bach in zijn Wohltemperiertes Klavier en Chopin in zijn 24 Preludes, op. 28. Sjostakovitsj groepeert de stukken volgens de kwintencirkel, met iedere prelude in zowel de majeur- als de mineurtoonsoort.

Behalve een Vioolsonate schreef Sjostakovitsj weinig vioolwerken. Het was mede daarom dat Dmitri Tsyganov de Preludes van Sjostakovitsj voor viool en piano bewerkte. Als violist van het Russische Beethoven Quartet kende hij Sjostakovitsj' muziek bovendien door en door. Dit beroemde ensemble bracht dertien van Sjostakovitsj' vijftien strijkkwartetten in première.

Beethoven - Vioolsonate, op. 96

Net als zijn Derde Vioolsonate zit ook Beethovens Tiende Vioolsonate - zijn laatste - vol vernieuwingen. Het stuk opent niet met een melodie, maar met een triller in de viool. Een triller is een siernoot waarbij een hoofdtoon en een naburige ton elkaar snel afwisselen. Hoewel voor onze oren vrij onschuldig, was dit in Beethovens tijd een revolutionaire daad, want een stuk begon nooit met een versiering. Beethoven draait dat principe in deze sonate om, want trillers domineren in het hele eerste deel. Het tweede deel 'Adagio espressivo' behoort tot Beethovens mooiste langzame delen die hij componeerde. Net als in het eerste deel zet Beethoven zijn luisteraars in het slotdeel op het verkeerde been. Anders dan in de eerdere vioolsonates hier geen opzwepende finale, maar een reeks diepzinnige variaties over een eigen melodie.

Reacties

Blijf op de hoogte!


Ontvang de nieuwsbrief


Contact

Edesche Concertzaal
Amsterdamseweg 9
6711 BE Ede
0318 - 200 214
info@edescheconcertzaal.nl

Logo Edesche Concertzaal wit